Van test naar een beveiligde, alleen-lezen productie, met controle op de triggers
In SQLio richt je alles in op de testomgeving: datasets, API's, webhooks en pipelines. Werkt het, dan zet je de configuratie met Omgeving sync over naar Productie. Productie is alleen-lezen: daar wijzig je geen configuratie, zodat wat in productie draait altijd eerst in test heeft gedraaid.
Omdat alles naar connectie-aliassen verwijst en niet naar databases, verandert er bij het overzetten niets aan de configuratie: nl wijst in productie gewoon naar de productiedatabase. Zie Omgevingen & aliassen.
Instructievideo: dataset, API, webhook en pipeline naar productie, alleen-lezen productie en de triggercontrole.
Klik in het menu op Omgeving sync. Per soort (datasets, API endpoints, webhooks, data pipelines) zie je alle items met per omgeving de versie, of het item actief is (✓/✗) en wanneer het gewijzigd is. Een oranje uitroepteken betekent dat de versies tussen omgevingen verschillen.
| Soort | Bij synchroniseren |
|---|---|
| Dataset | Layers, velden, condities en de aangevinkte databronnen gaan mee. Verliest een API in het doel daardoor een databron, dan waarschuwt de dialoog vooraf. |
| API endpoint | Endpoint, parameters, paginering en databronnen gaan mee. Synchroniseer eerst de dataset waarop het endpoint draait. |
| Webhook | De webhook houdt zijn vaste sleutel, zodat de trigger in elke omgeving dezelfde naam heeft. Je kiest welk extern endpoint hij in het doel gebruikt. Is de webhook in het doel actief, dan wordt de trigger opnieuw aangemaakt. |
| Pipeline | De stappen worden vervangen; datasets en interne API's die in het doel ontbreken gaan automatisch mee. Per gebruikt extern endpoint kies je het endpoint voor het doel. |
In productie tellen actieve API's, webhooks en pipelines mee voor de licentie. De dialoog toont vooraf hoeveel items er bijkomen en blokkeert de synchronisatie als de licentie verlopen is of de limiet overschreden zou worden.
Een omgeving waarbij Bewerkbaar uit staat (zie Omgevingen & aliassen) is alleen-lezen. Bovenaan elk scherm staat dan Alleen-lezen modus.
| Mag in productie | Mag niet in productie |
|---|---|
| Aan- en uitzetten, uitvoeren (bijv. Nu uitvoeren van een pipeline), testen, logs bekijken, verwijderen (met bevestiging) | Nieuw aanmaken, configuratie opslaan, stappen verplaatsen, importeren |
Webhooks werken met databasetriggers. Met Triggers controleren in de kaart Webhooks vergelijkt SQLio per omgeving de trigger in de database met de webhookinstelling:
| Melding | Betekenis |
|---|---|
| trigger ✓ | De trigger klopt met de instelling. |
| ⚠ wijkt af | De trigger bestaat, maar hoort bij een andere instelling. Herstel hem met de knop ernaast. |
| ✗ ontbreekt | De webhook is actief, maar de trigger staat niet in de database (bijv. na het terugzetten van een backup). Herstel hem met de knop ernaast. |
| ⚠ staat er nog | De webhook is inactief, maar de trigger staat er nog. |
| trigger ? | De trigger staat er, maar SQLio kan de inhoud niet lezen: de login mist het recht VIEW DEFINITION. |
| niet te controleren | De databron is in deze omgeving niet gekoppeld, of de database is niet bereikbaar. |
Onder Losse triggers staan SQLio-triggers die bij geen enkele webhook horen, bijvoorbeeld nadat een productiebackup op de testdatabase is teruggezet. Ze vullen de wachtrij zonder dat iets ze verwerkt; verwijder ze met de knop in de rij.