Uitgaande koppelingen: waar webhooks en pipelines hun data naartoe sturen
Een extern endpoint is een adres bij een ander systeem waar SQLio data naartoe stuurt of vandaan haalt: een transporteur, een webshop, een CRM, Power Automate of een Azure Logic App. Webhooks en data-pipelines gebruiken externe endpoints als bestemming.
Externe endpoints zijn in twee niveaus opgebouwd:
Instructievideo: connectie met een transporteur, twee endpoints en testen vanuit SQLio.
Klik in het menu op Externe endpoints en daarna op Nieuwe connectie.
| Veld | Verplicht | Toelichting |
|---|---|---|
| Naam | Ja | Herkenbare naam, bijvoorbeeld "Transporteur". |
| Bedrijf | Nee | De partij achter het systeem. |
| Omgeving | Nee | Vrije tekst ter herkenning, bijvoorbeeld "Test" of "Productie". Heeft de partij aparte test- en productieadressen, maak dan twee connecties; bij synchroniseren naar productie kies je welke connectie daar gebruikt wordt. |
| Status | Nee | Actief of inactief. |
| Base URL | Ja | Het basisadres van de API, bijvoorbeeld https://api.transporteur.nl. Het pad per actie geef je op bij de endpoints. |
| Autorisatie Type | Ja | Hoe SQLio zich aanmeldt bij het andere systeem; zie de tabel hieronder. |
| Omschrijving | Nee | Waar de connectie voor dient. |
X-API-Key.| Type | Wat SQLio meestuurt |
|---|---|
| Geen autorisatie | Niets; bijvoorbeeld voor een Power Automate-flow met een geheime URL. |
| Basic Authentication | Header Authorization: Basic ... met gebruikersnaam en wachtwoord. |
| Bearer Token | Header Authorization: Bearer ... met een vast token. |
| API Key | Een sleutel in een header naar keuze, bijvoorbeeld X-API-Key. |
| Combinaties | Basic + API Key, Bearer + API Key. |
| HMAC-SHA256 Signature | Een handtekening over de body met een gedeeld geheim, in een header naar keuze (bijv. X-Signature), met optioneel prefix (bijv. sha256=) en encoding hex of base64. Ook te combineren met API Key, Bearer of Basic. |
| OAuth 2.0 (Client Credentials) | SQLio haalt eerst een token op bij de Token URL (client ID, client secret en optioneel scope; via body of Basic Auth header; POST of GET) en stuurt dat mee als Bearer. Het token wordt bewaard tot het verloopt: de geldigheid komt uit het antwoord (bijv. expires_in) of is een vaste tijd. |
| Custom Headers / Geavanceerd | Eigen headers als JSON, bijvoorbeeld {"X-API-KEY": "...", "X-CLIENT-ID": "..."}. |
Klik bij de connectie op het plusje (Endpoint toevoegen).
| Veld | Toelichting |
|---|---|
| Naam | De actie, bijvoorbeeld "Zending aanmelden". |
| Methode | GET, POST, PUT, PATCH of DELETE. |
| Pad | Relatief ten opzichte van de Base URL, bijvoorbeeld v1/zendingen. De volledige URL zie je in het overzicht. |
| Status | Actief of inactief. |
| Omschrijving | Optioneel. |
POST v1/zendingen.
Klik bij een endpoint op de afspeelknop (Testen). Kies de methode, vul eventueel een JSON-body in en klik op Verstuur. SQLio stuurt het request met de ingestelde autorisatie en toont:
Externe endpoints kies je bij:
Je kiest daar eerst de connectie en dan het endpoint.
| Antwoord | Oorzaak en oplossing |
|---|---|
| 401 / 403 | De autorisatie klopt niet: controleer het type, de headernaam en de sleutel of het token. Bij OAuth: bekijk de token-stap in het testresultaat. |
| 404 | Pad of Base URL klopt niet. Controleer de volledige URL in het overzicht (let op dubbele of ontbrekende /). |
| Geen antwoord / time-out | Het systeem is niet bereikbaar vanaf de SQLio-server: controleer DNS, firewall en proxy. |
| 400 | De body heeft niet het formaat dat het andere systeem verwacht. Vergelijk met de documentatie van de partij. |